Industrialisatie in de bakkerij

Bakkerij
Amsterdam leerlingen - foto: aangeleverd

Het bestuur van Stichting Bakkerijmuseum ‘de oude bakkerij’ nodigt u met veel genoegen uit voor de opening van de tentoonstelling:
Bakkersambacht / Broodfabriek
De opening zal plaatsvinden op vrijdag 16 februari vanaf 15.00 uur door
Historicus en bakker Mark Raat
in het Bakkerijmuseum op de Nieuwstraat 8 in Medemblik.
Graag zouden we u willen vragen zich aan te melden via 0227-545014 of info@deoudebakkerij.nl

Bakkersambacht / Broodfabriek

Er is in de bakkerij de afgelopen 150 veel veranderd, maar tegelijkertijd zijn ook veel processen nog handmatig gebleven. Die tweestrijd tussen ambachtelijk handwerk en fabrieksmatige productie speelt al sinds het begin van de industrialisatie, zowel in het klein in de eigen bakkerij als op grote schaal.

De industrialisatie in de bakkerij kwam in Nederland relatief laat op gang. Vanuit het middeleeuwse Gildesysteem was de opleiding tot en het uitvoeren van het bakkersvak tot ver in de negentiende eeuw als ambacht geregeld. Onder invloed van de nieuwe grondwet van 1848 van Thorbecke, het sociale vooruitgangsdenken van bijvoorbeeld dokter Sarphati en een aantal nieuwe ontdekkingen en ontwikkelingen kwamen na 1850 nieuwe ontwikkelingen op gang.

Grondwet

Bakkerij

Gildeboek – foto: aangeleverd

Thorbecke’s nieuwe grondwet betekende voor de bakkerij het vervallen van de Belasting op het gemaal en de Maalbelasting. Indirect gaf zijn vernieuwing van de Grondwet ook de aanzet tot een nieuw elan waarin oude instituten zoals het Gildesysteem werden vervangen door nieuwe instituten zoals onderwijsinstellingen. Ongeveer tegelijkertijd beargumenteerde Dokter Sarphati dat het verbeteren van voedselkwaliteit voor en werkomstandigheden van de arbeiders de gehele samenleving ten goede zouden komen. Na een bezoek aan de Wereldtentoonstelling van 1851 in Londen zag hij in industrialisering de oplossing. Voedselvoorziening werd wetenschap en ook politiek zag het belang er van in. Er kwam vakonderwijs en er ontstonden Broodfabrieken. Daarnaast kwamen er voor de bakker op de hoek steeds meer machines die het werk in lichter maakten. De ontdekking van het scheiden van cacaoboter en cacaopoeder, noodzakelijk om chocolade te maken, was een van de ontdekkingen die na het verlopen van het octrooi in 1848 de aanzet gaf tot een industriële opzet van de productie van voedsel. Zo kwamen er chocolade- en koekfabrieken bijvoorbeeld van Houten, Droste en Verkade die via doordachte marketing uitgroeide tot wereldmerken.

Na de grote groei van die fabrieken, de technische vooruitgang in de bakkerij en de opkomst van de supermarkten ontstond er ook een tegenbeweging van ambachtelijk, natuurlijk en authentiek. Een terugkeer naar het verleden, toen alles goed, was als vlaag van nieuwe Romantiek. Een heel ander geluid is de wetenschappelijke onderbouwde kijk van Rosanne Hertzberger met haar ‘ode aan de E-nummers’. Zij beargumenteert dat juist de wetenschappelijke benadering van het voedsel ons veel goede producten hebben gebracht. Wat de ontwikkelingen van de afgelopen 150 jaar namelijk vooral hebben gebracht is veel diversiteit; er valt voor de consument tegenwoordig heel wat te kiezen!