Bas en Tim

Bas (9 jaar) en Tim (7 jaar) Kee uit Opperdoes zijn fanatiek in de skeelersport bij vereniging Radboud. Met letterlijk vallen én weer opstaan zijn ze inmiddels zo ervaren dat ze deelnemen aan wedstrijden. Bas: “Die zijn het leukste, want dan win je medailles.”
Bas is begonnen op zijn zesde, Tim toen hij vijf jaar was. Bas: “In het begin vond ik het heel moeilijk en viel ik vaak. Gelukkig had ik bescherming om.” “Ik heb één keer mijn ringvinger gebroken en moest toen in het gips”, vertelt Tim. De broers trainen in de zomermaanden in Medemblik en ’s winters in de zaal in Spanbroek. Bas stapt om aan zijn conditie te werken ’s zomers samen met zijn vader op de racefiets en zit op voetbal. Samen zitten de broers bovendien op schaatsen bij STG Koggenland.

Hele dagen op pad
Voor wedstrijden zijn de jongens in de weekenden hele dagen op pad, maar: “Het is wel het leukste, want je kunt medailles winnen”, aldus Bas. Minst leuk is rijden in de regen: “Dat rijdt zwaarder door de regenwielen.” Tim: “Ik vind het op de training het leukste om steigerruns te doen, zo word ik steeds sneller. Afgelopen seizoen gingen de wedstrijden heel goed. Het minst leuke zijn de rek- en strekoefeningen. Ik moet ook wel eens veel ronden rijden in een wedstrijd en dan ben ik halverwege moe. Als ik langs de toeschouwers rijd, laat ik dat zien door diep te zuchten. In de zomervakantie wil ik vaak niet trainen, want dan is het mooi weer en ga ik liever spelen.”

Elkaar aanmoedigen
Bas gaat aankomend seizoen over naar Pupillen 2: “Ik hoop op meer tegenstand! Het zou mooi zijn als ik weer nationaal pupillenkampioen word, net als dit jaar. Afgelopen seizoen kon ik niet naar Oostende om wedstrijden te skeeleren, doordat mijn elleboog uit de kom was geweest. In 2015 ga ik hier zeker naar toe.” Tim wordt Pupillen 3 en is hier de jongste: ”Helaas zit winnen er dan niet in, maar ik kan wel mijn PR verbeteren.”

Twee broers met dezelfde sport, levert dat geen strijd op? Bas en Tim: “Wij gaan leuk met elkaar om, maar ook wij maken ruzie.  Tijdens de wedstrijden moedigen wij  elkaar hard aan en als het niet lekker gaat, zeggen we tegen elkaar: ‘Jammer, volgende  keer beter.’”
Tim kan, als jongste, nog niet zo snel rijden als Bas, maar wel kijken ze naar de tijd die Bas reed toen hij zo oud was. Wat ze willen worden later, leidt geen twijfel. Bas: “Profskeeleraar of anders profvoetballer.” En Tim: “Profschaaster en als dat niet lukt: profskeeleraar!”