75 jaar vrijheid

Onder grote belangstelling komt de familie van der Velde weer in Medemblik aan.

In 2019 en 2020 herdenken we het beëindigen van de Tweede Wereldoorlog, 75 jaar geleden. We vieren dat we sindsdien weer in vrijheid leven, in het besef dat we samen verantwoordelijk zijn om vrijheid door te geven. Het is jammer dat de evenementen vanwege het coronavirus dit jaar niet doorgaan. Middels een waargebeurd oorlogsverhaal willen we stil staan bij de mensen die hebben gevochten voor onze vrijheid, bij de mensen die een bijdrage hebben geleverd aan het verzet, bij onderduikers en de gewone burgers; bij iedereen die geleden heeft. Dit leed mogen we nooit vergeten. Vrijheid is een kostbaar bezit.

Dit waargebeurde oorlogsverhaal is, op basis van brieven en andere documenten, opgetekend door Sietske Rustenburg van Educatief WOII centrum.

“Max van der Velde is een boerenjongen uit Medemblik, maar wel geschikt zou Margot zeggen.”

(Grondtekst dagboek van Anne Frank)

Medemblik 1940. De Joodse familie van der Velde bestaat uit vader Isaak, moeder Regina, hun zonen Max en Hans en tante Belo. Al gauw na de bezetting wordt het Isaak verboden een beroep uit te oefenen en moet hij zijn slagerij aan de Nieuwstraat (huidige ingang van Kaas & Zo, en niet de Kruidvat, zoals in het magazine gedrukt staat.) stoppen. In 1941 wordt hun huis onteigend en moeten ze naar Amsterdam verhuizen.

Max: “Als gezin konden we een etage in de Stadionbuurt huren. Mijn lessen aan het Joods Lyceum bleef ik volgen, één van mijn klasgenoten was Anne Frank. Zomer 1942 kwam een zakenrelatie van vader langs, Popke Vriend uit Andijk. Hij wist dat ons deportatie te wachten stond. Gedreven door zijn geloof nam hij het risico om ons op te nemen als onderduikers.”

Popke: “Al eerder kwam verzetsleider Wim Schra uit Medemblik bij mij langs om raad te vragen. Hij vertelde dat het gezin was opgeroepen om naar Amsterdam te gaan en dat hij nog niemand had gevonden om hen te helpen. Later werd ik onverwacht bezocht door een vroegere vriend van Isaak. Hij vertelde dat het gezin inmiddels in Amsterdam woonde en binnenkort gedeporteerd zou worden.”

Max: ”Er werd een afspraak gemaakt met Tjerk de Geus uit Twisk, een vroegere veevervoerder van vader. Opgehaald met een veewagen en verstopt onder het stro reden we naar Andijk. De bestuurder was Klaas Visser uit Opperdoes, de knecht van Tjerk.”

Arwin en Lara, kleinkinderen van Popke en Griet, vertellen hierover het volgende: “Het was een riskante onderneming. Eén voor één vertrokken ze uit hun huis met de tram naar het Centraal Station. Aan de overkant van het IJ heeft Klaas ze opgepikt. Eerst verbleven ze aan de Molenweg bij Popke, zijn vrouw Griet en dochtertje Wil, maar dat huis was voor 7 personen veel te klein, het gaf met name voor Griet veel spanningen.

Popke vervolgd: “Dokter v.d. Weg betekend veel voor ons; hij gaf medicijnen waardoor wij wat kalmeerden. Ook dominee Morsink gaf veel steun, hij kwam éen keer per week langs, sprak met het gezin van de Velde over zaken op het gebied van bijbel en geloof en hij bracht een stuk ontspanning. Desondanks liepen de spanningen op en werd gezocht naar andere oplossingen.

Arwin en Lara: “In de nabijgelegen onbewoonde boerderij van de familie Vriend aan de Munnekay, werd een schuilkamer ingericht achter gaasbakken. Hier zat het gezin vanaf september 1942 tot het einde van de oorlog verborgen. De onderduik ging buiten de L.O. (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers) om waardoor er geen hulp kwam in de vorm van voedselbonnen en bonkaarten. De familie Vriend heeft zich op allerlei andere manieren weten te redden, er werd zelfs wel eens een koe geslacht! Isaaks humor heeft ze geholpen de lange tijd van de onderduik te doorstaan.”

Vanaf hier verder lezen vanuit het magazine

Max: “Altijd zijn we binnengebleven en hebben we ons beziggehouden met lezen en leren. Daarnaast hielpen we met binnenshuis met het vee verzorgen, bollen pellen, zaden sorteren e.d. Meer dan een jaar sliepen wij in een ondergrondse ruimte. De buren hebben al die jaren niet geweten dat we er waren.

Broer Hans: “Er moest veel worden gedaan om ons verblijf en onze verzorging geheim te houden. Met een bootje werd het eten gebracht door Popkes vader of ’s avonds door Popke zelf via de tuin tussen het huis en de boerderij. Elke avond versjouwde Popke de bakken met bollen om deze als camouflage voor de ingang van onze schuilplaats neer te zetten. En ’s morgens alles weer terugzetten. Niemand kon van tevoren voorspellen, hoe lang dit zou gaan duren…
Het was Popke zelf die ons op 6 mei 1945 vertelde dat de oorlog was afgelopen en dat wij, na een onderduikperiode van 2 jaar en 8 maanden, weer als vrije mensen naar buiten mochten!
We liepen naar het huis van Popke en Griet om samen het nog niet te bevatten wonder te beleven om zo maar op de Molenweg te durven lopen!!

Max: ”We zagen twee Canadese motorrijders langsrijden, maakten kennis met de buren en voelden de zon weer op onze huid. Onze terugkeer naar Medemblik werd een triomftocht. Het gebeurde met dezelfde auto die ons in 1942 naar Andijk had gebracht, ook nu weer bestuurd door Klaas Visser. Samen met de ook teruggekeerde burgemeester Peters verschenen we op het bordes van het stadhuis en voelden we ons, net als de aanwezige Medemblikkers, bevrijd!”

Wim Schra hield namens de burgerij van Medemblik en de verzetsbeweging een toespraak met daarin o.a:
“Het is mij een grootte eer, u wederom binnen onze muren het welkom te mogen toeroepen(…)
Door verblinde haat werd gij genoodzaakt jarenlang het bestaan te lijden van uitgeworpenen, gescheiden van familie en vrienden, achtervolgd als dieren. Velen van die u lief waren, mogen deze heugelijke dag helaas niet beleven(…)
Thans is u weer hier, vrij als alle anderen en ik spreek de hoop uit, dat Uw hartelijke opname en de grote belangstelling U een waarborg zullen zijn van de sympathie en achting, die hier voor u bestaat.”

Max: ”We gingen weer in ons eigen huis aan de Nieuwstraat wonen, waar ook het bedrijf moest worden opgebouwd. Dit was niet eenvoudig. We waren veel kwijtgeraakt en niet iedereen vond het vanzelfsprekend, dat we behoorden terug te krijgen, wat we hadden moeten achterlaten. Juridische procedures kwamen er aan te pas. Ik heb me pas later gerealiseerd, dat het voorval voor mijn vader heel moeilijk moet zijn geweest, met name dat zijn zuster Belo de holocaust niet heeft overleefd.”

“Hans emigreerde naar Israël, waar hij tot zijn dood in 1995 bleef wonen. Na hun pensioen zijn mijn ouders in Amsterdam gaan wonen. Ze keerden uiteindelijk terug naar Andijk, waar vader in 1976 stierf. Moeder verhuisde daarna weer naar Medemblik waar ze tot het einde van haar leven bleef. Ik ging bij de KLM aan de slag.”

”De contacten met Popke en zijn familie blijven in stand. Zonder hen en Klaas Visser was dit verhaal nooit geschreven.”

Max van der Velde, april 1999 (74 jaar)

Hans: ”Deze bijzondere mensen hielpen, ondanks alle gevaar voor ontdekking, vier joodse onderduikers. Met het verzorgen en verstoppen van mijn familie liepen zij een zeer groot risico waarbij zij hetzelfde lot van uitroeiing riskeerden.”

Hans van der Velde, 1989

Arwin en Lara: “Als kleinkinderen vinden wij het belangrijk dat dit verhaal van onze opa en oma bekend blijft, in het bijzonder voor de jeugd geschreven….opdat wij niet vergeten….”
Arwin en Lara, september 2015.

De familie van der Velde komt weer aan in Medemblik

Gebruikte Bronnen:
• Andijkers in het verzet door Riekele Hovenga.
• en de burger van Medemblik… Hij leefde voort door Jan Struik.
Het ware verhaal van Max van der Velde (1925) april 1999.
• Hans van der Velde interview in een uitgave van de Andijker Courant 1989
• Briefwisseling met Arwin Vriend en Lara Timmerman