Huisnummers: meer dan slechts cijfers op de gevel

Sommige dingen zijn zo vanzelfsprekend dat we ons amper realiseren dat er een geschiedenis achter schuilgaat. Het huisnummer is zo’n voorbeeld. Hét hulpmiddel om een adres te vinden en te zorgen dat de post op de juiste deurmat belandt. Toch zijn ze daar oorspronkelijk niet voor bedacht. In heel Nederland werden huisnummers in 1806 ingevoerd om de ‘verponding’ zorgvuldig te administreren. Dat was een belasting op onroerend goed, vergelijkbaar met de huidige OZB. Aanvankelijk waren huiseigenaren daarom weinig enthousiast over de noviteit op hun deurpost.

Het systeem van 1806 verdeelde steden en dorpen in wijken, waarin huizen langs een route van meerdere straten een doorlopend nummer kregen. Je woonde dus bijvoorbeeld niet op Molenlaan 3, maar in wijk A, nr. 171. In een wereld zonder Google Maps was dat zeer verwarrend, zeker voor buitenstaanders. Pas later kwam het principe van een unieke nummering per straat, met een even en oneven kant. Eerst in de steden en later ook in kleinere plaatsen. In sommige dorpen bleef de oorspronkelijke systematiek nog tot ver in de 20e eeuw hetzelfde, zoals in Midwoud, Twisk en Abbekerk. Er zijn ongetwijfeld mensen die zich dat nog herinneren.

Ondanks dat huisnummers weleens veranderden, bleef er een verschil bestaan tussen het doel van de overheid en dagelijks gebruik. Zo wenste Wervershoof in 1957 de huisnummers op de Zwaagdijk te veranderen vanwege de mechanisatie van hun belastingadministratie. Probleem was dat op en langs de dijk, als een soort raster, de grenzen liepen van maar liefst zes gemeenten. De huizen aan de noordzijde hadden even nummers, maar waar Nibbixwoud eindigde met nr. 224a begon Wognum bij nr. 202. Aan de overkant telde Zwaag van west naar oost, maar Westwoud andersom. De buren van nr. 255 waren dus niet nr. 257 maar nr. 411. Bovendien hadden enkele woningen aan de Wervershover kant een oneven nummer, omdat ze officieel op het grondgebied van Hoogkarspel stonden. Volgt u het nog?
Het initiatief voor een nieuwe nummering vond doorgang: de firma Langcat uit Bussum leverde de ‘nummerplaatjes, formaat 10 x 10, wit-geëmailleerd met zwarte letters’ voor ƒ 0,56 per stuk. Dit alles lijkt misschien triviaal, maar mensen die in oude bevolkingsregisters hun voorouders proberen te vinden zitten al snel met de handen in het haar. Gelukkig zijn voor vele dorpen en steden door lokale onderzoekers tabellen gemaakt waarin voormalige nummers aan hedendaagse adressen zijn gelinkt.
Wat is nu de toekomst van huisnummers? Het vinden van de weg in onbekend gebied is met moderne navigatie een peulenschilletje. Toch weten we dat we pas écht op de exacte bestemming zijn bij het zien van die analoge cijfers op de gevel: onbetwist toekomstbestendig.

Bronnen (beknopt): WFA 1763, inv. 622; 1767, inv. 630; 0795-02, inv. 815; Tresoar 8, inv. 872; NA 2.21.005.39, inv. 64. Zie ook mijn artikel in De Vrije Fries 96 (2016); Afbeeldingen: M. Raat.