Johan van Oldenbarnevelt en een eigenzinnige Medemblikker predikant

Op 13 mei aanstaande is het vierhonderd jaar geleden dat Nederlands grootste staatsman, Johan van Oldenbarnevelt (†1619), roemloos werd onthoofd. Aanleiding was een hevig conflict met prins Maurits van Oranje over de staatskerk. Ruim dertig jaar daarvoor hadden dwarse predikanten de kiem gelegd voor die perikelen. De Medemblikker voorganger Taco Sybrants was een van hen. Hij verzette zich tegen de officiële kerkleer over de ‘predestinatie’: de stelling dat alleen door God uitverkoren christenen naar de hemel mogen.

In een diepgelovige wereld was dit geen trivialiteit. De vrijzinnige Sybrants vond dat iedere goede christen naar de hemel mag. Die overtuiging had hem het predikantschap in Utrecht gekost, maar na een driejarig ambteloos bestaan volgde zijn beroep in Medemblik, april 1589. Welbewust passeerde het stadbestuur bij deze benoeming de kerkenraad: aangezien men een ‘vreedsamen persoon’ wilde, geen ‘wijstgierigen’ onruststoker. De boze kerkbestuurders beklaagden zich bij het gewest. Aldus belandde de kwestie bij Oldenbarnevelt, dé politieke spilfiguur van de jonge Republiek. Van hem kregen de heren echter nul op het rekest.

Daarmee was de zaak niet beslecht. Strenge predikanten uit de regio rapporteerden regelmatig over de ‘ketterijen’ van hun collega. Ook weigerde Sybrants zijn handtekening onder de officiële geloofsleer te zetten. Om tot een oplossing te komen werden er synodes georganiseerd, kerkvergaderingen waarin geleerden zich erover bogen. Bedroefd door de ‘bitteren haat’ van zijn ‘broeders in de Heer’ liet Sybrants de synode van 1593 weten dat hij de kerkleer alleen ondertekende als dit in overeenstemming was ‘met Gods woord’. De voorzitter reageerde minzaam dat hij dan net zo goed de Koran kon onderschrijven. Inmiddels weken diverse ongeruste gelovigen uit naar kerken buiten de stad.

Eigenwijze predikanten bezorgen Oldenbarnevelt steeds meer kopzorgen. Hij vond dat de staat boven de kerk moest staan en wilde vooral rust in de tent, ruziënde steden en elites werkten ontwrichtend. In 1598 ving wederom een synode aan en onder hevige druk conformeerde Sybrants zich eindelijk aan de officiële leer, zij het met enige nuances. Oldenbarnevelt kwam hoogstpersoonijk naar Medemblik om de laatste plooien glad te strijken.

Vanwege de zaak-Sybrants en soortgelijke kwesties (bijvoorbeeld in Hoorn en Gouda) gaf de staatsman zijn verzet tegen een landelijke synode op: dat moest alle discussie beslechten. Desondanks kon onenigheid over de predestinatie uitgroeien tot hét politieke twistpunt van de vroege 17e eeuw. Gefrustreerd over zijn afnemende macht greep Maurits het geschil aan om zijn voormalige strijdmakker te elimineren. Die tragische afloop heeft de in 1615 overleden Sybrants niet meer meegemaakt.

Bronnen (beknopt): Den Tex, Oldenbarnevelt, III, 50-60; Knapen, De man en zijn staat, h. 6; Rogge, ‘Coolhaes’, h. 10; Knipscheer, De invoering (etc.), 85-93; OAM, inv. 10, f.6v.